top of page

Boekhoudtaal uitgelegd

  • Janna Vinke
  • 9 sep 2023
  • 3 minuten om te lezen

Begrijp jij de boekhouder soms ook niet? Hier enkele boekhoudkundige termen uitgelegd in gewone taal.



Winst- en verlies(rekening)

Een administratie is te splitsen in twee onderdelen: balans en winst- en verliesrekening. Op de winst- en verliesrekening staan al je opbrengsten en je kosten. Als je daar dus het totaal van optelt, heb je je winst of je verlies. Vandaar de naam!


Balans

Op de balans staan je eigendommen en je schulden. Als je bijvoorbeeld zakelijk een lening aangaat, staat dat op de balans. Als je een zakelijke auto koopt, komt die als eigendom op de balans.


Debet/credit

Een balans bestaat uit een debetzijde en een creditzijde. Debet is positief. Dit zijn de eigendommen, zoals een auto van de zaak en de bankrekening. Credit is negatief. Dat zijn de schulden, zoals een lening en te betalen belastingen.


Debiteuren

Debiteuren zijn vorderingen, want debet is positief. Debiteuren zijn klanten. Die heb jij een factuur gestuurd. Als de klant nog niet betaald heeft, staat de factuur in de openstaande postenlijst debiteuren. Op die lijst kun je precies zien welke debiteuren (klanten) nog moeten betalen. Dan kun je dus eventueel herinneringen sturen.


Crediteuren

Crediteuren zijn schulden, want die staan aan de creditzijde van de balans. Dit zit zijn leveranciers. Op de openstaande postenlijst crediteuren staan alle facturen die jij nog moet betalen. Zo kun je inzage houden in welke betalingen je nog moet doen en wanneer.


Liquiditeit

Liquiditeit is je banksaldo minus al je schulden. Dat is dus het bedrag dat je overhoudt als je op dit moment al je schulden zou afbetalen. Als je een lening hebt lopen, zal je niet al je schulden kunnen afbetalen. Dan is je liquiditeit dus negatief. Dat is geen probleem, dat is bij de meeste bedrijven het geval. Het belangrijkste is dat je liquiditeit omhoog gaat als je geen gekke, grote uitgaven doet. Dat betekent dan namelijk dat je aan het eind van de maand meer geld hebt dan aan het begin van de maand. Dan loopt je bedrijf dus goed. Liquiditeit kan dus een heel goed stuurmiddel zijn. Omdat je schulden hierin meegenomen worden, geeft het meer informatie dan alleen je banksaldo.


Eigen vermogen

Het eigen vermogen is je bezit in je bedrijf. In een eenmanszaak of VOF heet dit eigenlijk de kapitaalstand. Het wordt in de praktijk echter ook vaak eigen vermogen genoemd. Je eigen vermogen is de winst minus je opname. Als je dus een maand een winst hebt gemaakt van € 5.000 en je doet een opname van € 3.000, blijft er € 2.000 over in je eigen vermogen. Dit is een soort buffer die je bedrijf heeft voor een slechte maand. Eigen vermogen staat altijd negatief op de balans (en dus aan de creditzijde).


Negatief eigen vermogen

Zolang je minder opneemt dan je winst is, gaat het goed met je bedrijf en bouw je een buffer op. Soms heb je echter een lage winst en doe je toch een opname. Bijvoorbeeld als je net begint met je bedrijf en een lening hebt afgesloten om de start te financieren. Dan kun je iedere maand een opname doen, maar je maakt nog niet zoveel winst. Als je iedere maand een winst maakt van € 1.000 en je doet een opname van € 2.000, creĆ«er je een negatief eigen vermogen. Je bent dan dus eigenlijk van je bedrijf aan het snoepen en hebt winsten in de toekomst nodig om je bedrijf draaiende te houden.

Opmerkingen


bottom of page